Home
| Over deze site | Utopie
| De Tocht | Invallen
| Aantekeningen
Correspondentie
| De Papalagi | Deuren
der Waarneming | The Matrix
Links
| Mail
Even
eerst
nog een metafoor. Je zou kunnen stellen dat de mens wordt geboren met
een
eigen besturingssysteem, wat je bij dieren het instinct noemt. Met dat
eigen besturingssysteem werkt hij volmaakt, hapert nooit, is altijd
gelukkig,
en leeft onafhankelijk en vrij, temidden van onafhankelijke en vrije
mensen.
De enige voorwaarde die de maker heeft gesteld is dat hij niet gaat
knoeien
aan het besturingssysteem want daar komt alleen maar ellende van. Die
andere
metafoor die het daarover heeft is het paradijsverhaal, waar de enige
voorwaarde
is dat de mens niet eet van de boom van kennis van goed en kwaad, met
andere
woorden niet zelf gaat bepalen wat goed en kwaad is. Maar je weet hoe
het
gegaan is, de digibeet denkt in zijn hoogmoed het systeem te kunnen
verbeteren,
brengt wijzigingen aan, de boel gaat haperen, vastlopers, beterweters
die
denken te weten hoe je de problemen kunt oplossen, ingewikkelde
hulpprogramma's
die het alleen maar erger maken, filosofen die hele nieuwe
besturingssystemen
ontwerpen, die ook weer niet kloppen, virusprogramma's, dokters die de
hele systeemkast ontleden met schroevendraaiers en andere
gereedschappen,
in de veronderstelling dat als alle componenten kloppen, het apparaat
het
moet doen, heilige instructieboeken, geschreven door mensen die het ook
niet allemaal begrijpen. Kortom een heilloze en zinloze bezigheid. En
een
enkele keer lukt het iemand om zich van alle shit te ontdoen en terug
te
keren naar het oorspronkelijke besturingssysteem en hij ontwerpt
software
om die belangeloos ter beschikking te stellen van de anderen. Zo zou je
onze site kunnen zien.
In "Het is
mogelijk", te vinden op onze site, staan aan het eind een aantal
stellingen.
Een daarvan luidt: bevrijding kan alleen massaal. Het is namelijk een
bijna
onmogelijke opgave om in je eentje tegen de stroom in te zwemmen en het
wordt zoveel gemakkelijker als we dat met z'n allen doen, dan keert de
stroom om en wordt het steeds eenvoudiger. Maar het wordt natuurlijk
een
gigantisch apocalyptisch gevecht met een dramatische scheiding der
geesten,
machthebbers die wanhopig proberen om hun posities te handhaven,
wetenschappers
die hun kennis er proberen door te drukken, ouders die hun kinderen
proberen
te overtuigen, de clerus die hun kerkvolk willen houden en steeds meer
mensen die gewoon niet meer meespelen, ongrijpbaar en vrij.
Staat niet
in Mattheus 7:2: "oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want
met
het oordeel , waarmede gij oordeelt , zult gij geoordeeld worden". Of
met
Spinoza te spreken: wat jij zegt over ons zegt meer over jou dan
overons.
Wij hebben er nogmaals geen bezwaar tegen dat je onze versie verder
uitdraagt
want het is waarschijnlijk het enige pure christelijke geschrift op het
internet. Wat jij hebt gedaan is iets christelijks omzetten in iets
kerks,
zoals de kerken dat de hele geschiedenis door gedaan hebben. Altijd
hebben
de kerken de gevestigde orde gediend, de machthebbers naar de mond
gepraat
en alles wat de status quo diende omhelsd. Ik respecteer wat je gedaan
hebt en ik begrijp het ook, Nadat keizer Constantijn zich tot het
christendom
bekeerd had in 413 AD en vervolgens tot staatsgodsdienst was
uitgeroepen
was het hek van de dam. Vanaf dat moment kon iedere Romeinse soldaat
elk
niet-canoniek geschrift in beslag nemen en vernietigen. De ware
christenen
trokken zich in eenzaamheid met hun staatsgevaarlijke geschriften
terug.
Bisschop Athanasius van Alexandrië verordende in 367 AD in zijn 39e
Paasbrief dat alle evangelies die niet tot de officiële canon
behoorden
vernietigd moesten worden "om de eenvoudigen niet in verwarring te
brengen".
Alle exemplaren van alle andere evangelies zijn toen vernietigd, alleen
dat ene van Nag Hammadi niet. Nog steeds is voor de christenen het
Evangelie
van Thomas een ketters en bedreigend boek. Het klinkt wrang, maar in
wezen
is het aan de mensen die zich christenen noemen te wijten dat het
Koninkrijk
Gods nog steeds niet op aarde gevestigd is.
Het is verbazingwekkend
hoe slecht jullie je eigen boek kennen. Staat er niet dat je je niet
moet
bekommeren om de dag van morgen (Matth 6:34) en wat doe je dan met je
verzekeringen,
je plannen en je volle agenda? Staat er niet :"gij dan zult volmaakt
zijn,
gelijk uw hemelse Vader volmaakt is" (Matth.5:48). Waarom ben je dat
dan
niet? Zou dat komen omdat de woorden eerlijk en eerlijkheid, bedrog en
zelfbedrog geen enkele keer in de Bijbel voorkomen en je dus als
christen
niet eerlijk hoeft te zijn? Staat er niet: "weest niet bezorgd over uw
leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam waarmee gij het
zult kleden (Matth. 6:25) Ik begrijp niet hoe je dat kunt rijmen met
gezond
eten en mode. "Slaat iemand u op de wang, keer hem ook de ander toe"(
Lucas
6:29) is wat heel anders dan vechten om je eigen gelijk te krijgen.
Als
je al
die uitspraken van Jezus leest en vervolgens in de wereld om je heen
kijkt
kun niet anders dan tot de conclusie komen dat hij een heel andere
wereld
voor ogen had met hele andere mensen.
In
je eigen
bewerking heb je onze uitleg van logion 14 vrijwel letterlijk
overgenomen:
"ziek wordt je niet door verkeerd eten, maar door wat uit de mond
uitgaat.
Want wat uit de mond komt, komt uit de gedachten: oneerlijkheid, haat
ergernis,
hebzucht, egoisme, jaloezie, begeerten, kwaadaardigheid,
onrechtvaardigheid,
list en bedrog. Dat maakt de mens ziek". Door dat over te nemen
verkondig
je dat zelf en dat verbaast ons zeer.
Ik
stel me
wel eens voor dat Jezus terug zou keren op aarde en bij een christen
zou
aankloppen, in sjofele kleding, want hij maakt zich geen zorgen om waar
hij zich mee zou kleden. Ik denk dat hij niet eens binnen gelaten zou
worden.
Men zou hem vragen of hij christen was en hij zou dat ontkennend
beantwoorden
en vervolgens zouden ze hem willen bekeren.
Jij
hebt dus
van onze verklaring van de geheime woorden een dualistisch
onchristelijk
geschrift gemaakt en dat vinden wij jammer,
Ik heb een
degelijke orthodoxe christelijke opvoeding gehad en ben dus zogezegd
doorkneed
in de schriften. Ik heb me vaak voorgesteld hoe het zal zijn als Jezus
wederkomt en hoe ik moet zorgen dat dan als bij de wijze maagd mijn
olielamp
altijd gevuld moet zijn, hoe ik moet woekeren met mijn talenten, niet
voor
mijn plaats in de maatschappij, maar voor de armen, de minsten onder
ons,
de ontrechten, de treurenden. En als Hij dan wederkomt om te oordelen,
dat ik dan een rein geweten heb en Hem recht in de ogen kan zien. Dat
ik
niets te verbergen heb, Hoe vaak heb ik vroeger niet "Eens
Christenreize
naar de eeuwigheid" gelezen, hoe vaak gekeken naar de plaat met de
Smalle
en de Brede weg en hoe heb ik moeten vechten om weerstand te bieden aan
de verleidingen van de wereld, aan mijn egoïsme en aan mijn
ijdelheid.
Hoezeer heb ik ervaren dat ik minder moest worden en Hij meer, dat ik
tot
God moest naderen, waarin ik de eerste stap moest zetten en dat Hij dan
tot mij naderde. Hoe ik altijd kracht naar kruis kreeg en Hij mij
telkens
mensen op mijn weg stuurde die mij verder hielpen op de smalle weg. Hoe
heeft mijn wereldse kennis, het weten der hoogmoedigen, mij in de weg
gestaan,
hoe de gehechtheden aan mijn wereldse bezittingen, hoe moeilijk was het
om niet te luisteren naar alle dwaalleraren, naar wereldse wijzen, die
van het rechte en eenvoudige pad een dwaalweg hebben gemaakt en zelf
niet
ingegaan zijn door de enge poort omdat ze in hun hoogmoed niet diep
genoeg
konden bukken en daardoor hun wedergeboorte in de weg staan. Geloven
zei
de Deense filosoof Kierkegaard, is gaan op een weg waar alle wegwijzers
zeggen: terug, terug, terug. Ik voelde dat als Hij meer moest worden
dat
ik minder moest worden, steeds minder tot er van mij niets meer over
zou
blijven en dat is een heel moeilijke weg geweest. Het is dus een foute
afbeelding op de plaat van de Smalle en de Brede weg, want de enge
poort
moet niet aan het begin van de Smalle weg staan, maar aan het eind en
je
kunt er pas door als je de laatste penning hebt ingelost. Hij eist een
onvoorwaardelijke overgave, geen maren en geen excuses. "Heere, wie zal
verkeeren in Uwe tent? Die oprecht wandelt en gerechtigheid werkt, en
die
met zijn hart de waarheid spreekt" (Psalm 15-2). En in de Wijsheid van
Salomo staat: "Laat ons de rechtvaardige uit ons midden weg doen, want
hij is ons onaangenaam". Dat is het gevecht wat je met de wereld moet
leveren
en dat is een pijnlijk gevecht, waarin het vaak zo verleidelijk is om
weer
te kiezen voor de groep of de kudde op de Brede weg. Er staat in
Johannes
(14:12) dat degene die in Hem gelooft, niet alleen de werken zal doen
die
de Here Jezus gedaan heeft, maar nog meer. Dat wil dus zeggen dat als
wij
zijn woorden geloven en daar compromisloos naar leven wij uiteindelijk
niet alleen zieken zullen genezen en "doden" zullen opwekken, "blinden"
het licht weer in hun ogen zullen teruggeven, maar zelfs nog grotere
werken.
Ik zou niet weten hoe je die uitspraak anders zou kunnen begrijpen,
want
het staat er echt zo. Wij hebben wel geleerd dat het bloed van de Here
Jezus reinigt van alle zonden en dat God de mens die de Here Jezus
erkent
als zijn Verlosser en Hem aanneemt een nieuw hart zal geven, een hart
dat
rein is en in staat zal zijn de wil van God te doen, maar jaren
hartstochtelijk
bidden en kerkgang hadden mij geen nieuw en rein hart opgeleverd, noch
mij geleerd hoe zieken te genezen en doden op te wekken. Zou het dan
niet
zo kunnen zijn dat wij de woorden van de Here Jezus niet begrijpen
omdat
wij ziende blind en horende doof zijn? Zou het kunnen zijn dat wij niet
zien en niet horen omdat wij allen rijke jongelingen zijn, die niet
bereid
zijn om alles op te geven en de Here Jezus na te volgen? Zijn wij
misschien
niet rechtvaardig en eerlijk? Is het niet onze hoogmoed die ons
verblindt?
Hebben wij niet teveel kennis om arm van geest te zijn? Zijn wij echt
zachtmoedig
en vredestichters? Streven wij naar een rechtvaardige wereld en hebben
wij daar alles voor over, of zijn we te druk met onze eigen belangen?
Zou
het dus kunnen dat de Here Jezus het allemaal anders bedoeld heeft dan
wij altijd van de dominee gehoord hebben?.
Lang geleden
toen ik nog dacht dat woekeren met je talenten betekende dat je hogerop
moest komen in de wereld, heb ik mijn hoofd op de universiteit met
wereldse
kennis gevuld en heb het dus ver geschopt in de wereld. Toen begreep ik
nog niet wat Prediker bedoelde als hij zegt dat wie kennis vermeerdert
smart vermeerdert. Dat heb ik pas jaren daarna ondervonden. Ook ik heb
lang gedacht dat als ik mij aan de voorschriften van de kerk hield, de
goede boeken las, wekelijkse kerkte, en genoeg bad, ik mij op de smalle
weg bevond. Dat hadden ze me ook altijd verteld en ik wist dus niet
beter.
Dat ik vaak gedachten had die ik helemaal niet wilde hebben, dat ik
dingen
deed die ik eigenlijk helemaal niet wilde doen, dat hoorde er nu
eenmaal
bij, want het vlees is zwak. Ik dacht echt dat ik een christen was
omdat
ik in de Here Jezus geloofde en Hem als mijn persoonlijke Verlosser had
aanvaard, maar ik voelde me nooit echt verlost van het kwade en om mij
heen zag ik overal christenen, die mooie dingen zeiden en andere dingen
deden, die getroffen werden door ziekten en andere rampspoed en ik ging
mij steeds meer afvragen waarom het evangelie een blijde boodschap
heette
en waarom het zo moeilijk was om er naar te leven. Toen heb ik mij
gerealiseerd
dat dat alleen kon omdat ik op de brede weg zat en dat de smalle weg
een
moeilijke weg is, van de wereld weg, en ik wist niet of er wel een
einddoel
zou zijn en hoe dat zou zijn. Onderweg werd de last steeds lichter. Ik
verwijderde mij al gaande steeds verder van de achterblijvenden, die
vonden
dat ik weer terug moest en normaal moest doen, me gewoon weer
aanpassen.
Maar als je eenmaal op weg gegaan bent is er geen weg meer terug. En ik
begreep steeds beter wat de Here Jezus nou echt bedoeld had, dat Hij
gezegd
heeft dat wij Hem na moeten volgen, dat wij onze hoogmoed, ijdelheid en
alle andere ondeugden af moeten leggen, dat wij minder dan de minste
moeten
worden, dat wij onze andere wang moeten toekeren, en dat je dat niet
alleen
moet weten maar dat je dat ook moet doen. Dan is er opeens die enge
poort
en kom je eindelijk thuis. Dan pas heb je echt afscheid genomen van de
wereld, je staat er wel nog in maar je bent er niet meer van. De Here
Jezus
lief hebben is dus duidelijk iets anders dan Hem navolgen.
Het moet heel
lang geleden zijn dat de Schepping nog ongerept was. De aarde was een
lusthof,
een grenzeloos paradijs. Alles was in evenwicht en tegenwoordig zouden
wij zeggen dat het een volmaakt ecosysteem was. De seizoenen kwamen en
gingen, alle dieren leefden naar hun aard en vormden temidden van een
prachtige
natuur van wouden, open vlakten, glasheldere rivieren een eindeloos en
prachtig schouwspel. Maar er was nog niemand die kon genieten van al
dat
moois en in zijn eindeloze goedheid schiep de Schepper de mens. Net als
alle gewassen en dieren gaf Hij ook de mens een ware aard en omdat alle
mensen hem even lief waren maakte Hij alle mensen gelijk, naar zijn
beeld
en gelijkenis, zodat iedereen evenzeer zou kunnen genieten. Een
overvloed
van gewassen, vruchtbomen met heerlijke vruchten gaf Hij hen tot
voedsel.
In de oorspronkelijke mensen genoten van het overweldigende altijd weer
veranderende schouwspel. Zij aten als ze honger hadden, sliepen als ze
moe waren, zwierven door geen grenzen tegengehouden en genoten alleen
maar
van zichzelf, elkaar en die prachtige wereld waar zij in leefden. Alles
was voor iedereen. Er was nooit ruzie, geen oorlogen, geen verdriet en
pijn, nooit huilende kinderen en nooit was er iemand ziek en er
gebeurden
nooit ongelukken, want in een volmaakte wereld met volmaakte mensen kan
dat nu eenmaal niet. Maar ergens is het misgegaan en mensen raakten van
het eenvoudige en rechte pad. Op een dag zei een mens: "dat is van mij"
en hij ging zich beter voelen dan andere mensen en anderen volgden hem
en ze waren niet meer tevreden en ze voelden zich niet meer een met hun
medemensen en met de natuur. Ze zagen niet meer hoe alles met alles
samenhing,
ze zagen het werk van de Schepper niet meer omdat ze trots waren op het
werk van hun eigen handen en ze voelden zich verloren op deze wereld.
Ze
kwamen van kwaad tot erger en vonden dat de Schepping onvolmaakt was en
dachten dat ze die moesten verbeteren en overal maakten ze er een
janboel
van. Omdat ze zich niet gelukkig voelden gaven ze de schuld aan elkaar,
maakten ruzie en voerden oorlogen. Ze werden ziek en er gebeurden
ongelukken
en altijd vonden ze een zondebok of ze noemden het toeval. Ze begrepen
zichzelf en de wereld niet meer Er kwamen mensen die vertelden hoe
andere
mensen moesten leven en wat ze moesten geloven en die schreven dikke
boeken
met ingewikkelde verhalen en zeiden dat ze de waarheid hadden
opgeschreven
en dat de eenvoudige mensen dat moesten geloven. En er stonden steeds
mensen
op die zeiden dat het volk was afgedwaald en wilden ze gelukkig zijn
dat
ze dan moesten ophouden met dat rare spel wat ze speelden en die
noemden
ze dan profeten en die maakten ze dan dood. 2000 Jaar geleden was er
ook
zo'n profeet, die ze Jezus noemden die het rare spel helemaal doorzien
had en begrepen had dat je alleen maar gelukkig bent als je leeft zoals
de Schepper dat bedoeld had en dat mensen van de Schepping af moesten
blijven,
want anders kun je er niet van genieten en dat de grote mensen een
voorbeeld
moesten nemen aan de kleine, nog onbedorven kindertjes. Hij had
begrepen
dat je pas echt gelukkig kunt zijn als alle mensen gelukkig zijn en
daarom
vond hij dat hij dat overal rond moest vertellen. En toen hebben al die
mensen met bezittingen en belangen, de mensen die zich zo hoog verheven
hadden boven hun medemensen, hem vermoord en zijn volgelingen
uitgeroeid.
Ze hebben zijn woorden verdraaid zodat ze daarmee hun eigen belangen
konden
veiligstellen en gewoon op dezelfde weg konden doorgaan. En er zijn nog
steeds heel veel mensen die prachtig vinden wat hij gezegd heeft en die
noemen zichzelf christenen, maar die leven niet naar zijn woorden en
hebben
van hem een afgod gemaakt. God is niet herkenbaar in christenen maar
alleen
in rechtvaardige, eerlijke, belangeloze mensen en dus in alle kleine
kinderen.
Als je de
evangeliën als een historisch verslag leest, met andere woorden
als
je een allegorie letterlijk neemt stuit je inderdaad op veel
onverklaarbare
zaken. Als dan in die allegorie ook nog een keer gelijkenissen
voorkomen
wordt het nog raadselachtiger. Als je een Nederlander uit wil leggen
hoe
een Tobriander leeft, zul je dat in een gelijkenis moeten doen, waarbij
je moet putten uit beelden die de Nederlander kent. Dat wil niet zeggen
dat ons doorspoeltoilet de norm is. Als Jezus, laten we hem voor het
gemak
personifiëren, die zichzelf in de andere wereld, het Koninkrijk
Gods
of Nirwana, bevindt aan mensen die zich nog in de onderwereld of de
maatschappij
bevinden wil uitleggen hoe de slapenden van daaruit zijn wereld kunnen
bereiken moet hij dat wel doen in gelijkenissen uit hun wereld. Niet
iedereen
heeft in deze maatschappij dezelfde kansen gehad en dat betekent dat
het
voor de minder ontwikkelden veel moeilijker is om deze ingewikkelde
wereld
te doorzien als een baaierd van onrecht, dan voor bijvoorbeeld de
academicus.
De gelijkenis van de talenten betekent dat je die talenten niet
gekregen
hebt om het ver te schoppen in deze maatschappij, maar dat je die moet
aanwenden voor de realisatie van een rechtvaardige wereld. Jezus
predikte
armoede noch ascese, maar onthechting en dat is wezenlijk anders. De
begeerten
zitten in je hoofd, het bezit en het genotzoeken zijn daar slechts de
uitingen
van. Het is de omgekeerde wereld als je denkt dat je door afstand te
doen
van je bezit kunt onthechten.
Als je
de evangeliën leest als een metafoor van de opkomst, verkondiging
en teloorgang van een messianistische beweging zijn het eenduidige
verhalen.
De verlichte leden, die beseften dat wat zij vertelden en voorstonden
de
boodschap was die zou voeren tot een rechtvaardige wereld, het Beloofde
Land, omdat zij zelf die weg hadden afgelegd, en dat wat zij
verkondigden
de vervulling van de profeten was, hebben knap geconstrueerde verhalen
gemaakt, waarbij zij overal geput hebben uit het oude testament, om hun
boodschap kracht bij te zetten. Vandaar ook het verhaal van de
zilverlingen.
Geef de
keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is, is in dit licht ook
duidelijk.
De beweging was ervan overtuigd dat het paradijs op aarde komende was
en
wat zei dus eigenlijk bedoelden met deze uitspraak is dat mensen zolang
het nog niet zover was ze het spel gewoon mee moesten blijven spelen,
listig
als een slang en argeloos als een duif. Geen verzet, geen opstand,
gewoon
doen wat anderen van je eisen, maar niets van anderen eisen. Niet
vijanden
als vijanden zien, maar als medemensen die niet weten wat ze doen. Geen
kwaad met kwaad vergelden, maar beseffen dat je vuile handen zelf maakt.
In deze
hedonistische en onrechtvaardige maatschappij, waarin wij allemaal
rijke
jongelingen zijn, lijkt de ethiek van Jezus bar, onpraktisch en
onhaalbaar,
maar wezenlijk is er niets veranderd. De verschillen zijn slechts
kwantitatief.
Jezus vroeg een compromisloze eerlijkheid en rechtvaardigheid, want dan
alleen kun je door de enge poort. En dat geldt nog steeds. Wat u zijn
aanhangers
noemt zijn alleen sprekers van het woord. Hem navolgen betekent worden
als hij, die zich van alle maskers had ontdaan en weer mens was
geworden.
Hij gedroeg zich als een zoon van God en in wezen zijn wij allemaal
zonen
en dochters van God. Hij had de uitweg uit dit tranendal gevonden en
beschouwde
het als zijn opdracht om zijn medemensen die uitweg te wijzen, maar zij
waren horende doof en ziende blind. Zijn aanhangers gedragen zich niet
als mensen maar als christenen Wij hebben geprobeerd de eindredactie
van
de biografie van Gods zoon op ons te nemen, maar heel begrijpelijk
lusten
net als toen weinigen daar brood van. Met name voor degenen die zich
naar
hem noemen is het een gruwel.
Wat was het
eigenlijk een behaaglijke en overzichtelijke tijd toen de Muur nog niet
gevallen was. Wij en zij hadden een vijand, wij en zij wezen naar de
ander
als het niet goed ging in de wereld, de schuldige was altijd duidelijk
en het monster Trotteldrom was dus de ander. Vrijheid is een leven
zonder
angst, riepen de kinderen vorig jaar op Bevrijdingsdag en het Westen
verdedigde
de "vrijheid" en iedereen was bang. Zonder die dreiging had natuurlijk
ook iedereen altijd al zijn angsten, bang om ziek te worden, bang voor
de dood, bang om afgewezen te worden, bang om het niet te redden in de
maatschappij, bang voor liefdesverlies, bang om door de mand te vallen,
bang voor verlies, bang om al die dingen waar ze van geleerd hadden dat
die zomaar konden gebeuren. Maar dat hoort nu eenmaal bij het leven,
zeiden
ze dan.
En
toen viel
de Muur en hadden we geen vijand meer, geen ander om de schuld te geven
van ons onbehagen en toen bleek de vrijheid nog steeds niet
aangebroken,
de angsten onverminderd, maar in een andere gedaante en de
onvermijdelijke
conclusie is dat het monster Trotteldrom onder ons is en nu wijzen wij
dus naar de ander. Zou het niet zo zijn dat het monster Trotteldrom
uiteindelijk
in onszelf zit conform zo binnen zo buiten? Dat de tegenstrijdigheden
in
onszelf zitten en dat die onvrede met onszelf het monster voedt en doet
groeien? En dat al die individuele monstertjes bij elkaar de
voedingsbodem
vormen waarop het terrorisme en de burgeroorlogen tot groei en bloei
komen?
Op
zijn sterfbed
verzuchtte Pasteur: "het is niet de bacterie, het is de voedingsbodem"
maar toen was het al te laat. Toen waren andere wetenschappers al met
zijn
vinding aan de haal gegaan want eindelijk was de ziekteoorzaak
gevonden:
het kwaad komt van buiten en moet bestreden worden.
Om
op de geneeskunde
terug te komen, die bekommert zich niet om de voedingsbodem, maar
bestrijdt
slechts de symptomen van een verstoord evenwicht. De parallel met wat
er
in het groot gebeurt lijkt mij overduidelijk. Deze uit zijn evenwicht
geraakte
wereld is een prachtige voedingsbodem voor het kwaad, agressie, zinloos
geweld, terrorisme, natuurrampen en alle andere symptomen waardoor de
invloed
van het monster Trotteldrom zich manifesteert. Dat moet bestreden
worden,
met geweld, met meer blauw op straat, met meer regels en wetten, met
meer
gevangenissen en de wereld blijft zo uit zijn evenwicht en er verandert
niets. Christenen, met hun gnostisch en dus dualistisch denken, noemen
het monster Satan, maar die zit dus ook in henzelf.
Marten
Toonder
is een prachtige sprookjesverteller. Hij is onze laatste
mythe-schrijver,
die met zijn creatie van Ollie B. Bommel, als het ijdele, kortzichtige
ego en Tom Poes als de stem van het geweten, de Logos, die het ego elke
keer terecht moet wijzen, de archetypische mythen vertaalt naar het
heden.
In "De Weetmuts", bevindt zich onder de Zwarte Bergen de onderwereld,
waar
de Kwillen wonen, een levensvorm die nog niet door geleerden ontdekt is
en daarom wetenschappelijk niet bestaat. "Het is een rustig volkje, dat
een zwijgend leven leidt (Lao Tse: zij die weten spreken niet) in de
eeuwige
stilte van hun holen en gangen. Want een taal bezitten zij niet en die
hebben ze niet nodig. Onderling zijn ze namelijk verbonden door draden,
waardoor ze communicatie hebben (er is maar een taal en dat is de
liefde);
op die manier weet de een wat de ander weet en is er nooit ruzie" Het
is
frappant als je ziet hoeveel overeenkomsten zijn beschrijving geeft met
de verhalen van de oude Taoisten over de Ouden en de Oorspronkelijke
Tijden
en de beschrijving van Spinoza van de Natuurstaat.
Misschien
is onze maatschappij de Kolos op lemen voeten, die wankelt onder zijn
eigen
hoogmoed, zelfdestructief en allesvernietigend. Ik moet dan altijd
denken
aan het intense plezier waarmee mijn kinderen hun zandkastelen op het
strand
door de opkomende vloed vernietigd zagen worden zodat het eind weer als
het begin was.
Gelukkig
zijn er ook lezers die uit de redundantie van de schrijvers het
wezenlijke
patroon van het geschreven kunnen destilleren. Een aardig voorbeeld is
Rabbi Hillel de Oudere, die toen hij eens door een heiden werd benaderd
met de mededeling dat hij genegen was zich tot het jodendom te bekeren
als de Meester, staande op één been, de hele Thora voor
hem
kon reciteren. Hillel antwoordde: "Je moet een ander niet aandoen wat
je
niet wilt dat men jou aandoet. Dat is de kern van de Thora. De rest is
commentaar".
In de menselijke
communicatie wordt het brein beschouwd als een stochastisch systeem,
wat
dus voorzien is van de capaciteit om vroegere aanpassingen voor
toekomstig
gebruik op te slaan. Het probleem is alleen dat oude aanpassingen niet
vernietigd worden als er nieuwe gevonden worden, maar die oude de
nieuwe
verstoren. Daarom zijn mensen geneigd hun aanpassingsproblemen aan de
ander
of de omstandigheden toe te schrijven. Patroonherkenning, dus het
ontdoen
van redundantie, hoort in het domein van de analoge communicatie. De
digitale
rationalisten, de woordenneukers, houden dus niet van niet redundante
schrijvers.
Ze kunnen wel verklaren, maar niet begrijpen. Zij kunnen niet houden
van
poëzie, Tom Poes, of Tolkien, want zij kunnen de franje niet van
het
wezen onderscheiden. De aangepasten hebben hun buitenwereld
gestructureerd
omdat hun binnenwereld een chaos is en de onaangepasten, de dromers en
de kunstenaars hebben een binnenwereld met een geringe redundantie. Zij
zijn de patroonherkenners, maar voor hen is de buitenwereld een chaos.
Je zou dus kunnen stellen dat schrijvers met een grote redundantie per
definitie een grote aanpassing vertonen en dat voor hen aforismen
banaal
zijn, omdat zij van mening zijn dat het allemaal veel ingewikkelder is
omdat ze dat ze zelf ingewikkeld zijn. Hoe groter de aanpassing is, hoe
fijnmaziger het netwerk is, waardoor ze de werkelijkheid aanschouwen en
hoe minder ontvankelijk mensen zijn voor het analoge denken, hoe minder
dus hun beeldend vermogen is. Hoe grofmaziger het netwerk is hoe
gemakkelijker
de aforismen opdoemen.
Daarom
bestaat er in deze wereld ook geen objectieve kritiek op poëzie.
In
"De mens als metafoor" schrijft Douwe Draaisma: "Wij kennen onszelf
niet,
gelukkig maar anders was er geen psychologie. De vraag naar het wezen
van
de mens komt hierop neer, dat iets in het systeem uit
het
systeem stapt om iets over het systeem te zeggen alsof het buiten
het systeem staat". Je zult dus, met andere woorden eerst de balk uit
je
eigen moeten halen, voordat je het recht hebt iets te zeggen over de
splinter
in het oog van de ander. Zolang je dat niet gedaan hebt vertel je meer
over die balk dan over de splinter.
Wij hebben
wat commentaar bij je stukje:
Echt wijs
is pas iemand die geleerd heeft niet bang te zijn voor de dood.
Wie sterft
voor hij sterft sterft niet als hij sterft, is een uitspraak van
Mohammed,
die afgezien van de Koran, kennelijk ook wijsheden gedebiteerd heeft.
Het
moge duidelijk zijn dat in die uitspraak letterlijk en figuurlijk door
elkaar heen gebruikt worden. Kennelijk moet je aan het leven sterven,
waarmee
bedoeld wordt dat je het leven zoals je het leeft op moet geven.
Tegenwoordig
zeggen ze dat je naar een ander bewustzijn moet en de esoterici hebben
het dan over Boeddha- of christusbewustzijn, wat ze daar ook mee mogen
bedoelen. Of leven in het nu en hebben daar vele en ingewikkelde boeken
voor nodig om dat uit te leggen. Het ware leren is afleren en het
figuurlijke
sterven is dus het afleren wat je aangeleerd hebt, totdat je daarmee
klaar
bent. We moeten Ein Mann ohne eigenschaften worden.
We zijn
ter dood veroordeelden. We moeten de dood zijn vreemdheid ontnemen.
De hele wereld
staat op zijn kop, alles hebben de mensen omgedraaid. Mensen zien als
Narcissus
hun spiegelbeeld en denken dat ze dat zelf zijn. We zijn niet ter dood
veroordeeld, maar veroordeeld om te leven, hoezeer we ons daar ook
tegen
verzetten. We moeten niet de dood zijn vreemdheid ontnemen, maar we
hebben
het leven zo vreemd gemaakt. Mensen denken dat ze leven, maar we zijn
allen
doden die nog niet stierven.
Het doel
van het leven is de dood
Het doel van
het leven is het ware leven, de dood is slechts het eind daarvan.
De stoïcijnen
doen allerlei suggesties om je leven in goed banen te leiden, om rust
te
verkrijgen, je hartstochten te temperen, je gevoelens onder controle te
houden
Er zijn vele
soorten stoïcijnen geweest, velen die de klok hebben horen luiden
maar niet wisten waar de klepel hing. Het is onjuist om Cicero en
Epictetus
in een zin te noemen. Het grote verschil is dat Cicero dacht dat je
stoïcijn
kon zijn met je hoofd en Epictetus begrepen had dat het een manier van
leven was. Zoals Nietzsche zie dat de laatste christen aan het kruis
stierf,
en het christendom het grootste bedrijfsongeval van de laatste 2000
jaar
was, zou je kunnen zeggen dat wat de stoïcijnen predikten een
schaduw
was van wat er nu echt bedoeld werd. Het gaat er niet om om het leven
in
goede banen te leiden maar om de beletselen die het verhinderen om de
juiste
weg te gaan weg te nemen. Het gaat er niet om om de hartstochten te
temperen,
maar om je te ontdoen van je hartstochten en het is niet de bedoeling
om
je gevoelens onder controle te houden maar om te zorgen dat je geen
emoties
meer hebt. Armen van geest moeten we worden, want zoals Meister
Eckehart
zegt: "Hij alleen bezit werkelijke geestelijke armoede, die niets wil,
niets weet en niets wenst".
Leven ze
niet in een droom, in een illusoire wereld in hun benadrukken van
wijsheid
met afwijzing van de emotie, in hun berusting met alles wat er gebeurt?
Zijn ze niet onmenselijk?
Is het niet
juist andersom? Is het niet zo dat de huidige mens in een droom leeft
die
niet eens zijn eigen droom is, met hun hoofden bevolkt door begeerten,
wensen, vooroordelen, overtuigingen en geloven? Is alles wat in
mensenhoofden
gebeurt niet uitsluitend illusoir? Zijn emoties, zoals angsten,
jaloersheid,
onrust, verdriet, boosheid, begeerten, etc. niet uitsluitend
onaangenaam?
Is het inderdaad niet zo dat de ware stoïcijn niet menselijk maar
goddelijk is? Plutarchus zei al dat wie een el onder de oppervlakte van
de zeespiegel is net zozeer verdrinkt als wie daar 500 vademen onder
is.
Het is een stoïcijns adagium: je bent wijs of je bent dwaas en
daartussen
zit niets.
Ik
begrijp
best dat je meer dan eens verlangd hebt zo goddelijk, niet meer
gehinderd
door emoties, en vrij te zijn. "Freedom is just another word for
nothing
left to lose" zong Janis Joplin en kon niet meer leven in deze
maatschappij.
De
ware mens,
de ware stoïcijn en de ware wijze zijn synoniemen. Wijs worden is
dus weer mens worden en het is zo eenvoudig en zo voor de hand liggend
dat het eigenlijk ongelofelijk is dat mensen daar niet toe bereid zijn.
Machado
de Assis beschrijft in zijn verhaal "De psychiater" de lotgevallen van
Dr. Bacamarte, die in een grootse experiment de definitie van de
waanzin
probeert te ontdekken. "De waanzin, voorwerp van mijn onderzoekingen,
was
tot nu toe een eiland, verloren in de oceaan van de rede; ik begin te
vermoeden
dat het een continent is" en daartoe laat hij in zijn woonplaats een
gekkenhuis,
het Groene Huis, bouwen. Langzaam maar zeker verlegt hij de grenzen van
de waanzin en komt tot de uiteindelijke conclusie dat het verstand, de
parel uit de menselijke geest, het volmaakte evenwicht is van alle
vermogens
en daarbuiten, waanzin, waanzin, en niets dan waanzin. Steeds meer
mensen,
ook waar iedereen van dacht dat ze niet gestoord waren, werden na
zorgvuldige
observatie opgenomen en de paniek greep om zich heen. Men wist niet
meer
wie gek was en wie niet. Toen uiteindelijk viervijfde van de bevolking
was opgenomen vernam de stad, tot haar verbijstering, dat alle gekken
uit
het Groene Huis in vrijheid werden gesteld. De psychiater had zijn
theorie
herzien en vervangen door de daaraan tegengestelde. Hij had zich
voorgenomen
om zijn nieuwe theorie te toetsen en dus alle mensen met een ongestoord
evenwicht in de geestelijke vermogens als mogelijk pathologisch te
beschouwen.
Na vijf maanden had hij 18 personen geïnterneerd, groepsgewijs
verdeeld
in bescheidenen, verdraagzamen, waarheidslievenden, eenvoudigen,
trouwhartigen
enzovoort. In korte tijd had hij alle gestoorden met een geniaal
therapeutisch
arsenaal aan verleidingen volledig weten te genezen en na
vijfeneenhalve
maand was het Groen Huis leeg. Iedereen genezen. Maar iets zei Dr.
Bacamarte
dat de nieuwe theorie in zichzelf een tweede nog veel nieuwere theorie
bevatte. Kennelijk waren de uitgebalanceerde breinen die hij had
genezen
even onevenwichtig als de andere. Uiteindelijk ontdekte hij in zichzelf
de karakteristieken van de volmaakte geestelijk en intellectueel
evenwicht;
het kwam hem voor dat hij de scherpzinnigheid bezat, het geduld, de
volharding,
de verdraagzaamheid, de zielskracht, de trouw, enfin alle wezenstrekken
van een volslagen idioot. En aansluitend interneerde hij zichzelf in
het
Groene Huis.
Het lijkt
me een aardige parabel die een helder licht werpt op die andere
idioten,
Lao Tse, Chuang Tse, Boeddha, Jezus, Spinoza en al die andere
onaangepaste
cultuurbarbaren. Zij konden ook niet goed leven met het inzicht dat de
wereld helemaal gek is en bewoond door gestoorden, die niet zien wat ze
zien en niet horen wat ze horen, omdat hun zinnen gestoord worden door
hun vermeende eigenbelang. Het is inderdaad gemakzuchtig om te geloven
in theorieën die een ogenschijnlijke samenhang brengen in de
feiten,
jezelf niet te ontmaskeren, zodat je lafhartig het spel door kunt
spelen.
Als het onvoltooide
zo'n rijkdom biedt wat moet het voltooide dan overweldigend zijn, maar
misschien is dat onzegbaar.
Je
schrijft
dat wat jou toentertijd ontbrak de techniek was om je bewogen en
verwarde
beeld van de werkelijkheid in literatuur om te zetten. Kennelijk
impliceert
dat je beeld nog steeds bewogen en verward is maar dat je een modus
hebt
gevonden om het dat onder woorden te brengen.
In
"De veren
van de zwaan" schrijft Kellendonk dat "literatuur het debat is tussen
het
ik en het zelf" en "uit het debat met jezelf ontstaat poëzie".
Kennelijk
is de menselijke tweespalt, tussen het ik en het zelf en tussen wie de
mens denkt dat hij is en wie hij eigenlijk is en ooit was, de
voorwaarde
voor het produceren van kunst. Misschien is het wel identiek met de
kloof
tussen wat de schrijver als schrijver en als mens zegt. Dat de
schrijver
niet met zichzelf samenvalt en dus zichzelf niet is vormt de reden
waarom
hij met zichzelf moet leren praten of misschien alleen naar zichzelf
moet
leren luisteren. Dat is de enige manier om uiteindelijk samen te vallen
met jezelf. Er blijft dan alleen een "zelf-spreken" over. Eigenlijk wil
het dus zeggen dat alleen onvrede met jezelf tot creatieve activiteiten
noodt en dus tevreden mensen niet schrijven. Daarom moet je wel tegen
de
volmaaktheid van de vorm, de schoonheid van de gerijpte mens., zijn. De
gerijpte mens is der Mensch ohne Eigenschaften, niet met een verstarde
of bevroren persoonlijkheid, maar de ego-loze. Het is niet de echte
schoonheid,
maar de cultuur- en tijdgebonden "schoonheid", de kunst, de onechtheid
en onwerkelijkheid, die inderdaad een product van onrijpheid en
onvolmaaktheid
is. Je moet, schreef de metableticus Jan Hendrik van de Berg in
"Dubieuze
Liefde", kinderen opvoeden tot ambivalentie want anders zijn ze niet
productief.
Authenticiteit, puurheid, gevoel en spontaniteit genereren geen kunst.
Daarom schrijf jij,
Zou het
niet zo kunnen zijn dat niet God maar wij mensen de wereld nodeloos
ingewikkeld
gemaakt hebben? En noemen wij dat niet paradoxaal genoeg dat wij ons
ontwikkeld
hebben? En zou het dan niet zo zijn dat wat wij vooruitgang noemen
achteruitgang
is, omdat wij, zoals Paulus zegt, als in een spiegel zien en dus
eigenlijk
in een omgekeerde wereld leven? Begrijpen wij misschien God niet omdat
wij onszelf niet begrijpen? En als wij dan zijn geschapen naar zijn
beeld
en gelijkenis, zonder attributen zoals Spinoza zegt, dan zijn het
wellicht
die attributen waar wij ons mee opgezadeld hebben, waardoor wij niet
begrijpen
waarom wij op aarde zijn. Zou het misschien ons eigen bedenksel tijd
zijn
waardoor wij niet in het eeuwigdurende nu kunnen leven? En zijn wij dus
niet omdat wij altijd maar worden?
Beroepen
wij ons niet en gaan wij niet altijd bij anderen, filosofen en
geleerden,
die wij hoger en knapper achten dan onszelf, te rade om onszelf te
begrijpen
en is dat niet gemakzuchtig? Emanuel Kant schreef in 1783:
"Verlichting
is daar waar mensen de onmondigheid afleggen die zij aan zichzelf te
wijten
hadden. Onmondigheid is daar waar mensen niet in staat zijn hun
verstand
te gebruiken zonder zich daarbij door een ander te laten leiden. Mensen
hebben de onmondigheid aan zichzelf te wijten wanneer dat onvermogen
niet
berust op een gebrek aan verstand, maar op het ontbreken van de vaste
wil
en de moed om het verstand dat zij hebben ook te gebruiken zonder zich
daarbij door een ander te laten leiden. Sapere aude! Waag het
om
het verstand dat je hebt zelf te gebruiken! is dus het
wachtwoord
van de Verlichting."
Hij bedoelde
daarmee niet alleen de hegemonie van de religie te breken, maar ook van
de wetenschap en die is daarin helaas volledig buiten schot gebleven.
De
wetenschap, die nieuwe brenger van het heil, is inmiddels uitgegroeid
tot
een steeds meer divergerend bouwwerk, waar elk gevonden antwoord meer
vragen
oproept en waarin iedereen zich beroept en voortbouwt op ideeën
van
voorgangers. En zou het dus niet kunnen dat wat uiteindelijk begonnen
is
als een weg naar Verlichting, steeds meer verduistering heeft gebracht
en dat wij daarom hulpeloos als blinden ronddolen op een woonerf? En
dat
het niet God maar wijzelf zijn die niet voor de Rede vatbaar zijn?
Moeten
wij dan niet zelf het dossier sluiten en eindelijk niet ingewikkeld,
maar
eenvoudig gaan leven?
Zelden
nog lees je een gedicht dat een Umwertung aller Werte beoogt. De
geschiedenis
leert op hoeveel weerstand en verkettering verkondigers van zo'n
ommekeer
zijn gestuit en hoeveel ellende revolutionairen die niet alle maar
bijna
alle waarden wilden omkeren hebben aangericht. Daar hebben wij alle
religies
en andere totalitaire systemen aan te danken gehad. Wij hadden bedacht
onze Umwertung aller Werte niet als gedicht maar gewoon in proza te
schrijven.
Je schrijft
dat we behoefte hebben aan nieuwe verhalen. De wezenlijke vraag, lijkt
me, is of het theater ter lering of ter vermaak is, dus of die verhalen
iets vertellen over onszelf of dat wij een avondje uit gaan. De wereld
is een schouwtoneel, ieder speelt zijn rol (en krijgt zijn deel) en
misschien
is het dus wel zo dat het theater in allerlei vormen de archetypische
mythen
vertolken, zoals de religies dat in hun rituelen doen en dan de
bezoekers
masochistisch zichzelf geprojecteerd zien op het toneel en na afloop
overgaan
tot de orde van de dag, zoals de kerkganger dat ook doet. In 1972 sprak
Eugene Ionesco ter ere van de opening van de Salzburger Festspiele de
volgende
woorden: "Is Salzburg en zijn festival een eilandje in een opgezweepte
zee? En ook dan is het reeds ondermijnd. Zal het festival er over twee
jaar nog zijn? Allerlei catastrofen kunnen zich morgen voltrekken. Onze
cultuur: niets dan een kaartenhuis." En "De wegen van India zijn vol
lijken
van armen. Onder de rijken in Scandinavië is het aantal
zelfmoorden
het grootst. De jeugd heeft zich aan drugs overgegeven, arbeiders haten
hun werk. Wij worden geregeerd door onze onverzadigbare machtswellust
om
onze medemensen te regeren. De fanatiekste profeten van de vrijheid
wijzen
een weg die tot slavernij van allen leidt. Liefde, meditatie- het zijn
geen dwaze noties, het zijn de noties die eenvoudig opgehouden hebben
te
bestaan. Genot nam de plaats van vreugde. De cultuur werd almaar
"menselijker"
in plaats van metafysisch, psychologisch in plaats van geestelijk. De
mens
cirkelt rond op zijn planeet als in een kooi, omdat hij vergeten heeft
dat hij naar de hemel kan opzien" .
"Krankzinnig"
zei Ionesco onder het afdalen van de marmeren staatsietrap zachtjes
tegen
zijn vrouw en dochter, "krankzinnig". Inderdaad, want na het laatste
woord
van al zijn sombere woorden was een jubelend applaus losgebarsten, een
donderende, door stampen onderstreepte ovatie, waaraan bijna geen einde
had willen komen. Zo zitten de theatergangers te luisteren en te kijken
naar hun eigen waanzin, laten zich door Freek de Jonge en Youp van 't
Hek
genadeloos neerzetten en schateren om zichzelf. Er zijn geen nieuwe
verhalen
nodig. Alles is al zo vaak gezegd er is nog nooit geluisterd.
En dan is
er dus die Kamer zonder Hoop, waar alle kennis opgeslagen ligt waarover
je zou willen beschikken, maar die om een of andere reden onmogelijk
meer
te achterhalen is. Misschien is dat toch niet waar en is er wel een
gouden
sleuteltje dat alle opgeslagen Kennis kan ontsluiten. Het zou
natuurlijk
best kunnen dat de werkelijke wereld wel rechtvaardig is, maar alleen
onze
maatschappij niet en dat je dat pas kunt zien als je uit de
maatschappij
valt. Al dat gepraat over theorieën die niet kloppen en
wereldbeelden
die tegen beter weten in stand gehouden worden, al die intellectuele
lafheid
van al die knappe koppen, die denken dat ze met hun ingewikkelde
constructies
en hun Theory of Everything het hele universum kunnen verklaren. Maar
nooit
hebben ze een antwoord op de vraag: waarom. Zoals Mark Helprin dat
verwoordde
met: deze generatie, karakterloos, koopziek en ijdel, die het
vermogen
is kwijtgeraakt zich te schamen, deze generatie, die de geschiedenis
heeft
onteerd, het woord begraven, de rust vermoord en er alles aan gedaan
heeft
om de wereld tot een tekenfilm te maken, is er van overtuigd dat ze op
iets reusachtigs afstevent: convergentie, samenvoeging, theorieën
van alles, onsterfelijkheid, volmaaktheid. Niet alleen het
fundament
onder de hedendaagse biologie is zo rot als een mispel, maar ook dat
onder
de geneeskunde, en iedereen weet dat maar niemand durft het te zeggen.
Al die hulpverleners, die broodtroosters, die hun patiënten
oplappen
om ze weer in deze zieke maatschappij hun spel verder te laten spelen.
Want er zijn maar twee soorten artsen, de een verhindert je te leven,
de
ander helpt je te sterven. Je kunt je kinderen wel een diep wantrouwen
tegen de gevestigde orde meegeven, maar dat misschien genoeg om te
overleven
maar niet om te leven.
Ingesloten
een schrijfsel van een of andere eigenwijs, dat het bestaande
wereldbeeld
ondergraaft en waarvan de uitgeverijen, met Dees, zeggen: dit geven wij
niet uit want dit past niet in ons fonds en wij zien hier geen
commerciële
mogelijkheden in. Het schopt niet veel maar alle bestaande ideeën
onderuit.
De essentie
ervan is dat het allemaal om de liefde gaat en de dat de rest onzin is
en dat het juist makkelijker is te leven met de antwoorden dan met de
vragen.
Het rekent definitief af met het exclusieve denken en maakt duidelijk
waarom
de een wel en de ander niet door rampspoed en ziekte wordt getroffen en
hoe dat uiteindelijk wel rechtvaardig is. Het ware leven kent verleden
noch toekomst.
Wat jou is
overkomen overkomt dagelijks vele mensen over de hele wereld. Ze hebben
"Het licht gezien", zijn wakker of levend geworden. Het probleem is
alleen
dat ze niet weten hoe het hen overkomen is en helemaal niet waarom het
nu juist hen is overkomen. Waarom zien al die andere mensen niet wat
jij
ziet en waarom lukt het je niet om hen dat duidelijk te maken? Jouw
ouders
zijn ook kinderen geweest en hebben ook hun dromen gehad, maar ze
hebben
zich laten inpakken en berusten zoals zovelen berusten omdat vluchten
toch
niet meer kan en dan probeer je er maar het beste van te maken. Jij
weet
dat het anders kan, maar het valt niet mee om te leven in een wereld
van
slapenden die niet zien wat jij ziet. Er zijn een paar mogelijkheden
die
je dan kunt doen. Je kunt je gedachten voor je zelf houden en het spel
gewoon meespelen. Je kunt een goeroe worden en het je leerlingen
vertellen.
Je kunt je terugtrekken uit de maatschappij en in een hutje op de hei
van
je inzichten genieten. Je kunt je aansluiten bij een sekte van
gelijkgezinden
en van daaruit neerzien op al die dwazen die het niet begrijpen. Je
kunt
tot de conclusie komen dat je niet verder wil leven in zo'n
krankzinnige
wereld en je verhangen. Maar de enige eerlijke en rechtvaardige stap is
dat je de wereld verandert. Iedereen wil dat het anders wordt, behalve
degenen die een riante positie hebben in deze maatschappij, de
machthebbers,
de rijken, de geleerden, en al diegenen die hun zelfrespect ontlenen
aan
wat ze presteren. En dat zijn nu juist degenen die de touwtjes in
handen
hebben, die weten hoe andere mensen moeten leven en daarom doof moeten
zijn over jou en ons. Het allermoeilijkst voor mensen is toegeven dat
ze
zich vergist hebben en dat moet je kunnen begrijpen. Bovendien is het
zo
dat wat er met jou gebeurd is geen verdienste van jezelf is, dat is je
overkomen en dat moet je bescheiden maken. Je moet voorzichtig en
behoedzaam
te werk gaan wil je andere mensen bereiken en daarom moet je oefenen en
oefenen en oefenen. Je moet leren om hun argumenten te doorzien,
begrijpen
waarom ze zo reageren op je. Je moet begrijpen waarom ze afhaken,
wanneer
je te bedreigend bent, je moet kijken en luisteren hoe mensen met
elkaar
omgaan en waarom. 2000 Jaar geleden hadden ze daar dertig jaar voor
nodig
om de boodschap uit te werken tot wat het geworden is en nog zijn ze de
mist ingegaan omdat het niet helemaal klopte

|